Titel: Onze zoon moet professor worden
Auteur: Boudewijn de Groot
Songtext:

Ja, dat is mode, studeren om professor te worden.
Dan krijgt ie een latijnse naam: Janus Flierebomus.

Onze zoon moet professor worden,
niet zo'n oude, zo'n verdorde,
maar een jongen die wetenschappelijk iets kan zijn
en met alle faculteiten in zijn brein.

Onze zoon moet zonder falen
ieder doctoraal behalen.
En dan na verloop van tijd
verdient hij centen aan de universiteit.

Meester, ik schrijf nu mijn zoon bij u in.
Leer hem dus maar goed.
Aap noot Mies, ABC, lijdende zin,
en hoe je rekenen moet.

Kereltje, doe nu maar heel goed je best
en let maar flink op.
Want als je eenmaal een schooljaar verpest,
dan haal je nooit meer den top.

Onze zoon moet professor worden,
niet zo'n oude, zo'n verdorde,
maar een jongen die wetenschappelijk iets kan zijn
en met alle faculteiten in zijn brein.

Onze zoon moet zonder falen
ieder doctoraal behalen.
En dan na verloop van tijd
verdient hij centen aan de universiteit.

Nou, het ging wel op de lagere school.
En nu gaat Keesje met zijn mammie naar de rector
Jij speelt rector. Ikke? Ja jij.

Rector, mag zoonlief bij u op de school?
Hij heeft veel verstand.
Leert u hem dan ieder chemisch symbool
en welk gas makkelijk brandt?

Och mevrouw, is hij dat eigenlijk wel waard?
Het lijkt mij van niet.
Volgens mij is hij niet snugger van aard
als je het ventje zo ziet.

Onze zoon moet professor worden,
niet zo'n oude, zo'n verdorde,
maar een jongen die wetenschappelijk iets kan zijn
en met alle faculteiten in zijn brein.

Onze zoon moet zonder falen
ieder doctoraal behalen.
En dan na verloop van tijd
verdient hij centen aan de universiteit.

Nou, het ging niet zo best op de middelbare school
Ik had het wel goed gezien.
En daarna, op de MULO, ging het ook helemaal niet
En nou gaat hij in het vak, zoals dat heet.
En wel speciaal bij de schoenlappers.
Hier, jij speelt de meester van de schoenlappers.

Meester mijn zoon wil bij u in de leer,
in 't schoenlappersvak.
Want op de MULO, daar lukt het niet meer.
Laatst zei hij: moeder, ik zak.

Zie eens wat zoonlief ervan heeft gemaakt,
wat heeft hij gedaan:
diep in de middenstand vastgeraakt,
centen zijn nu van de baan.

Onze zoon moest professor worden,
niet zo'n oude, zo'n verdorde.
Maar een jongen die voor de wetenschap nog iets kon zijn
en met alle faculteiten in zijn brein.

Onze zoon moest zonder falen
ieder doctoraal behalen.
En nu na verloop van tijd
is hij middenstander, moeders wil ten spijt.