Titel: Door het hooggeboren koren
Auteur: Boudewijn de Groot
Songtext:

Door het hooggeboren koren houdt dit hart,
die bange haas, je woedend bij.
Je hebt oren om te horen, hoor het slaan,
dit hart, de jacht is nooit voorbij.

Hoor de honden, hun gehuil komt naderbij.
Hoor de hoorn, hij bazuint in bos en hei.
Hoor de oorverdovend koperen schalmei.
Nu het jachtseizoen geopend is,
nu opent ook de jacht voorgoed op mij.

Door het klaaglijk lage klaver
en het boekweit loop je hijgend aan mijn zij.
En het bloed bonst in je slapen,
kijk je adem waast als witte mist voorbij.

Hoor het lachen van hun koperen trompet.
Kijk de prijs die op de hoofden is gezet.
Hoor het krijsen aan hun koninklijk banket.
Hoor de wind zingt in de wilgen
van kwaadwilligen, je loopt zwijgend door met mij.

Door het hooggeboren koren houdt dit hart,
die bange haas, je angstig bij.