Titel: Der dreigroschenoper
Auteur: Boudewijn de Groot
Songtext:

Oordeel zelf: is dit een leven?
Mij interesseert die rotzooi al geen fluit.
Als kind reeds heeft men mij de les gegeven:
slechts wie in welstand leeft, die houdt het uit.

Van grote mannen roemt men vaak het leven,
ze zitten met een boek en lege maag
in vale krotten waaraan ratten knagen.
Ha, mijn portie kunnen ze aan Fikkie geven.

Wie zo wil leven, gaat nou maar zijn gang,
ik krijg er langzaam aan mijn buik van vol.
Dit leven wordt toch zelfs een dier te dol,
en dan verdraagt een mens het ook niet lang.

Alleen aan vrijheid heb je ook geen fluit.
Slechts wie in welstand leeft, die houdt het uit.

Ik kon mezelf geheel en al begrijpen
als ik me groot en edel zal te wensen.
Maar tussen van die werkelijk grote mensen
zat ik hem voor die grootheid toch te knijpen.

Armoe brengt wijsheid, maar ook veel verdriet.
En moet behalve roem ook bittere pijn.
En zit je arm en eenzaam groot te zijn,
bedenk dan als je die grootheid nu eens liet.

Dan is het prompt met alle zorgen uit.
Slechts wie in welstand leeft, die houdt het uit.