Titel: Klaagzang van kabouters
Auteur: ?
Songtext:

Als de kabouters wand'len gaan,
is 't dikwijls dat je hoort:
"O oehoe ik ben zo vrees'lijk moe,
ik kan haast niet meer voort;
au au, mijn teen, au au mijn scheen,
au au, mijn linkervoet.
Mijn schoenen zijn mij veel te klein,
ik weet niet hoe ik lopen moet.

Kabouters stap toch lustig voort
en zeur niet over pijn.
We lopen vrolijk zoals het hoort,
daar wij kabouters zijn.
Au au, mijn hand, au au mijn tand,
au au, mijn rechterarm.
O oehoe 'k heb zo'n reuze dorst
en ik heb het toch zo warm.

Kabouters, de kabouterlach,
helpt ons in 't naar geval.
We zingen en we klagen niet
en voelen niemendal.
Ha-ha ha-ha, oe-hoe oe-hoe
is dat geen raar geval.
We zingen en we klagen niet
en voelen niemendal.