Titel: De fluit van het keteltje van juffrouw Klaasen
Auteur: ?
Songtext:

De fluit van 't keteltje van juffrouw Klaassen
was er met de noorderzon vandoor gegaan;
Hij moest zonodig stoom afblazen,
dat had hij zijn leven lang nog nooit gedaan.
Tralala la, lalala la, lalala la la.

Hij is 'm gesmeerd, 't was een week na pasen,
niemand die 't wist, alleen de kruidenier:
Die zag de fluit de aftocht blazen,
en hij dacht: "Die fluit gaat zeker aan de zwier."
Tralala la, lalala la, lalala la la.

De fluit van 't keteltje van juffrouw Klaassen
speelde toen drie weken in een groot orkest
Hij bracht de mensen in extase,
en de dirigent die vond het ook heel best.
Tralala la, lalala la, lalala la la.

De fluit moest op vier april een solo blazen,
in een hele grote tent in Stampersgat
Maar in de zaal zat juffrouw Klaassen,
Want die had een kaartje van d'r broer gehad.
Tralala la, lalala la, lalala la la.

En vlak voor het einde van een mooie frase,
midden in het "Carnaval des Animaux"
Toen schreeuwde luidkeels juffrouw Klaassen,
"Kijk die fluit die is van mij, dat zie je zo."
Tralala la, lalala la, lalala la la.

Ze nam resoluut de arme fluit te grazen,
en ze ging naar huis toe met haar kunst-bezit
Het zal nu niemand meer verbazen,
dat die fluit weer op zijn eigen ketel zit.
Tralala la, lalala la, lalala la la.