Titel: Door de bossen
Auteur: ?
Songtext:

Door de bossen, door de heide, door het zomerdronken land.
Over heuvels en rivieren, windgekust en zonverbrand.
Trekken wij licht en vrij uit de aldagsgeest, naar het
levensfeest.
Luit en lach, merelslag konden ons vakantiedag.

Frisse jeugd zal vrijheid zingen, met de vogels van het woud.
Jonge harten vol verlangen, jagen, dromen eeuwenoud.
In vallei, veld en wei, waar de bijen zijn, ook de blijen zijn.
Zon en wind zijn ons vrind en het goudvuur ons mint.

Laat het stromen, laat het stormen, onze voet wordt niet
vermoeid.
Want wij weten dat ons morgen, nieuwe schoonheid openbloeit.
Hij die kniest, moed verliest, vindt de bronnen niet,
naar 't geluksgebied, maar wie lacht werpt de vracht van zijn
zorgen in de nacht.

Laat de zil'vren fluit klinken, laat de zang de ronde gaan.
Al de zwervers van de wegen, zullen onze roep verstaan.
Makkers op, in galop, komt met pak en zak, spant de snaren strak.
Groen en dons, goud en brons, heel de wijde aard' zij ons.