Titel: Daar kwam een boer
Bekend onder andere titels: Cecilia
Auteur: ?
Songtext:

Daar kwam 'nen boer uit Zwitserland, kade kadolleke keda.
En hij had een ezel aan zijn hand,
laberdie laberda laberdonia.
En hij had een ezel aan zijn hand, cecilia.

Waarop dat lei 'nen linnen doek, kade kadolleke keda.
Hij sprak wat zal ik daarmee doen,
laberdie laberda laberdonia.
En hij sprak wat zal ik daarmee doen, cecilia.

Snijerken sprak ie, snijerken fijn, kade kadolleke keda.
Wil mij er maken een kledelijn,
laberdie laberda laberdonia.
Wil mij 'r maken een kledelijn, cecilia.

En toen die kledelijn was gemaakt, kade kadolleke keda.
Toen ging hij voor zijn vrouwke staan,
laberdie laberda laberdonia.
Toen ging hij voor zijn vrouwke staan, cecilia.

Vrouwke sprak hij, vrouwke fijn, kade kadolleke keda.
Zeg mij hoe staat die kledelijn,
laberdie laberda laberdonia.
Zeg mij hoe staat die kledelijn, cecilia.

Die kledelijn staat jou niks goe, kade kadolleke keda.
Ge hebt een lijf gelijk een koe,
laberdie laberda laberdonia.
Ge hebt een lijf gelijk een koe, cecilia.

Heb ik een lijf gelijk een koe, kade kadolleke keda.
Dan ga ik weer naar de snijer toe,
laberdie laberda laberdonia.
Dan ga ik weer naar de snijer toe, cecilia.

Snijerke sprak ie fijn, kade kadolleke keda.
Ge hebt er bedorven mijn kledelijn,
laberdie laberda laberdonia.
Ge hebt er bedorven mijn kledelijn, cecilia.

Heb ik er bedorven uw kledelijn, kade kadolleke keda.
Ik heb gesnejen in de maneschijn,
laberdie laberda laberdonia.
Ik heb gesnejen in de maneschijn, cecilia.

Hebt gij gesnejen in de maneschijn, kade kadolleke keda.
Ik zal het betalen in de zonneschijn,
laberdie laberda laberdonia.
Ik zal het betalen in de zonneschijn, cecilia.

De boer die pakt zijn stok algauw, kade kadolleke keda.
En waar hij sloeg kwam niet zo nauw,
laberdie laberda laberdonia.
En waar hij sloeg kwam niet zo nauw, cecilia.

Maar ook de snijerke hield zich kloek, kade kadolleke keda.
En stak de boer met een naald in de broek,
laberdie laberda laberdonia.
En stak de boer met een naald in de broek, cecilia.

Ze zetten de snijer op een witte geit, kade kadolleke keda.
En reden ermee naar de eeuwigheid,
laberdie laberda laberdonia.
En reden ermee naar de eeuwigheid, cecilia.