Titel: De cipier
Auteur: ?
Songtext:

Hij was in de wieg gelegd voor cipier, tierelierelier ( 2 X )
Z'n rammelaar was een sleutelbos,
hij speelde diefje zonder verlos,
at water en brood met plezier, tierelierelier.

Hij had een hok met tralies ervoor, tiereliereloor ( 2 x )
En daarachter zaten konijnen,
hele grote en hele kleine,
die kwamen nooit de kerstdagen door, tiereliereloor.

Hij trouwde de dochter van een dief, tierelierelief ( 2 X )
Dat vond hij zelf geen enkel bezwaar,
want een dief is nog geen moordenaar,
zij kende het vak dat gaf veel gerief, tierelierelief.

Na vijftig jaar werken bij 't gevang, tierelierelang ( 2 X )
Vervulde men zijn grootste wens,
het bewaken van een beest van een mens,
dat woonde in een hiervoor versierde gang, tierelierelang.

En 's avonds vierde hij dit aldus, tierelierelazerus ( 2 X )
Liep zingend van cafe naar cafe
en dronk zich een dilirium of twee,
kwam daarna onder een rijdende bus, tierelierelazerus.

En nu in een huis in een stille wijk, tierelierelijk ( 2 X )
Ligt onder een laken een oude cipier,
met rond zich de stank van jenever en bier
en de hele familie zegt kijk, tierelierelijk.