Titel: De Kerkhofganger
Auteur: Hans Dorrestijn
Songtext:

Wat ritselt op de achterweg de Dalmse steeg voorbij ?
Er glipt een schaduw langs de heg onder de bomenrij
De wind kreunt in de oude eiken
Hij kan geen hand voor ogen kijken
Maar de maan breekt door het wolkendek
En hij klimt over de muur, de gek

Refrein:
't Kerkhof, 't kerkhof
't Kerkhof bij nacht
't Kerkhof, 't kerkhof
't Kerkhof bij nacht

Bij een vers gedolven graf
Werpt hij zijn mantel af
Hij stoort een dode in haar rust
Want zie, hij bukt en bukt en kust
Bij de maan haar schaarse licht
Kust hij haar marmerbleek gezicht
Dan scheurt hij zijn hemd van 't lijf
Bespringt de dode koud en stijf

Refrein

Hij rukt de kleding van de vrouw
Huiv'rend van genot en kou
Levende vrouwen zijn hem te heet
Te willig met hun lucht en zweet
Bij het kreunen van de eiken
Schendt hij nog een drietal lijken
Daar krast een raaf, daar roept de uil
Hij opent nog een verse kuil

Refrein

Van vrouwelijken met lang haar
Breekt hij de benen van elkaar
We zien een dode, half vergaan
Maar daar trekt hij zich niets van aan
Haar borsten zijn al weg aan 't rotten
Kaal haar schedel, broos haar botten
Eind'lijk komt hij hijgend af
En kruipt bevredigd uit het graf

Refrein

Voor hij huiswaarts zal gaan keren
Klopt hij de maden uit zijn kleren
En na het horen van dit lied
Is een pederast zo erg nog niet