Titel: Amsterdam, een loflied
Bekend onder andere titels: Aan de Amstel en het IJ
Auteur: Hans Dorrestijn
Songtext:

Aan de Amstel en het IJ
Is de beschaving lang voorbij
Daar wordt iemand die niet waakt
Voor twintig gulden koud gemaakt
Een eerlijk mens wordt weggehoond
Waar misdaad zeer de moeite loont
Waar men schiet en steekt en knalt
En almaar banken overvalt
Waar geen cassier meer uitbetaald
Als je geen trekker overhaalt
In het mensdom zit de klad
Daar in de stad, daar in de grote grote grote grote stad

Waar niemand bidt en niemand werkt
En waar men de verslaving sterkt
Daar zijn kindertjes van zes
Nooit met hun hoofd meer bij de les
Vergeten potlood, pen en gum
Beneveld door de opium
Ik zelf hou ook wel van een shot
En mijn priknaald is al bot
Maar ik vind het glad verkeerd
Als men peuters spuiten leert
Het hele onderwijs ligt plat
Daar in de stad, daar in de grote grote grote grote stad

Men is dolgedraaid en mal
Door zedenloosheid en verval
Men trekt en rukt en masturbeert
Als men niet schuiner nog marcheert
Open en bloot, midden op straat
Je glibbert voort over het zaad
Meisjes zijn er veel gevraagd
Amper drie zijn ze geen maagd
Daar maken mannen goede sier
Met een heročnehoer van vier
Het zijn net beesten, weet u dat
Daar in de stad, daar in de grote grote grote grote stad

Daar is stampij, rumoer, krakeel
En dikwijls wordt het mij teveel
Toch jij blijft de parel aan 't IJ
Jij bent de mooiste stad voor mij
Ik heb je lief dat is het rare
Ondanks duizenden bezwaren
En ik wed dat ik je nog bezing
Als ik van de Oude Wester spring
En dat ik van louter geestdrift druip
Als ik in de Herengracht verzuip
Voor mij op aard geen groter schat
dan deze stad, deze grote, grote grote grote stad