Titel: Zij kon het lonken niet laten
Auteur: ?
Songtext:

Kom luister naar het lied, dat ik voor u ga zingen
Het is een tragisch lied over losbandigheid
Het gaat over een dame uit de hoogste kringen
De neiging tot het kwaad, die kon zij niet bedwingen
Zo raakte zij haar eer en de reputatie kwijt

Refrein:
Zij kon het lonken niet laten
Zij lonkte naar iedere man
Dat liep veel te veel in de gaten
En oh, oh, oh, oh
Oh daar kwam narigheid van

Haar man had eerst geen aandacht aan haar kwaal geschonken
Want och, hij dacht: Ze heeft een vuiltje in haar oog
Maar toen zij na een tijdje zo diep was gezonken
Dat ze in de kerk naar de preeksteol zat te lonken
Toen kwam het ogenblik dat zij de laan uit vloog

Zij werd een danseres in een der minste kroegen
Drie veren droeg zij slechts en soms geeneens drie
Soms droeg zij slechts één veer en als de klanten het vroegen
Viel ook de laatste veer tot algemeen genoegen
En bloot lonkte zij verder met dubbele energie

Maar ach, zij werd te oud, zij kon geen man meer strikken
Toen werd zij werkster in het oude-mannenhuis
En onder het dweilen door wierp zij nog wulpse blikken
Zij maakte met haar lonken de oudjes aan het schrikken
En op een dag zat zij er eentje na door het huis
Haar emmertje met sop
Dat zag zij heel niet staan
Zij struikelde en brak haar nek
Het was met haar gedaan