Titel: Zeeland
Auteur: ?
Songtext:

Waar eens 't gekrijs der meeuwen, verstierf aan 't eenzaam strand,
Daar schiepen zich de Zeeuwen, uit schor en slik hun land.
En kwam de stormwind woeden, hen dreigend met verderf,
Dan keerden zij de vloeden van 't pas gewonnen erf.

Refrein:
Van d'Ee tot Hontenisse, van Hulst tot aan Cadzand;
Dat is ons eigen landje, maar een deel van Nederland.

Waar eens de zeeŽn braken, met donderend gedruis,
Daar glimmen nu de daken en lispelt bladgesuis.
Daar trekt de ploeg de voren, daar klinkt de zicht in 't raan,
Daar ziet men 't Zeeuwse koren het allerschoonste staan...

Refrein

Daar klappen rappe tongen, de ganse lieve dag,
Daar klinkt uit frisse longen, gejok en gulle lach.
Daar klinkt de echte landstaal, geleerd uit moeders mond,
Eenvoudig, zonder omhaal, goed Zeeuws en dus goed rond.

Refrein

Daar werd de oude zede, getrouwelijk bewaard,
En 't huis in dorp en steden, bleef zuiver Zeeuws van aard.
Daar leeft men zo eendrachtig, en vrij van droef krakeel,
Daar dankt men God almachtig, voor 't toegemeten deel.

Refrein

De worstelstrijd met Spanje, bracht ons het hoogste goed,
De vrijheid van Oranje, betaald met hartebloed
Dat goed gaat nooit verloren, de Nederlandse vlag,
Zal wapperen van de toren, tot op de jongste dag

Refrein