Titel: Dodenrit
Auteur: Drs. P
MP3 beschikbaar:
Songtext:

Wij rijden met de troika door het eindeloze woud
Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud
De paardenhoeven knersen in de pas gevallen sneeuw
't Is avond in SiberiŽ en nergens is een leeuw

We reizen met de kinderen, al zijn ze nog wat jong
Door het eindeloze woud waarover ik zoČven zong
Een lommerrijk en zeer overzichtelijk terrein
Waarin men zich gelukkig prijst dat er geen leeuwen zijn

We zijn op weg naar Omsk, maar de weg daarheen is lang
En daarom vullen wij de tijd met feestelijk gezang
Intussen gaat zich iets bewegen in de achtergrond
Iets donkers en iets talrijks en dat lijkt me ongezond

Ze zijn nog vrij ver achter ons; ik zie ze echter wel
Het is een hele massa en ze lopen nogal snel
En door ons achterna te lopen halen zij ons in
Wat onvoordelig uit kan pakken voor een jong gezin

De donkere gedaanten zijn bijzonder vlug ter been
Ze lopen op vier poten en kijken heel gemeen
Ze hebben grote tanden, dat is duidelijk te zien
Het zijn waarschijnlijk wolven, en kwaadaardig bovendien

Al is de toestand zorgelijk, ik raak niet in paniek
Ik houd de moed erin door middel van volksmuziek
We kennen onze bundel en we zingen heel wat af
Terwijl de wolven nader komen in gestrekte draf

Het is van hier naar Omsk nog een kleine honderd werst
't Is prettig dat de paarden net vanmiddag zijn ververst
Maar jammer dat de wolven ons nu hebben ingehaald
Men ziet de flinke eetlust die uit hun ogen straalt

We doen heel onbekommerd en we zingen continu
Toch moet er iets gebeuren onder moeders paraplu
En zonder op te vallen overleg ik met mijn vrouw
Wie moet eraan geloven ?, vraag ik, toe bedenk eens gauw !

Moet Igor het maar wezen ? Nee, want Igor speelt viool
Wat vindt je van Natasja ? Maar die leert zo goed op school
En Sonja dan ? Nee Sonja niet - zij heeft een mooie alt
Zodat de keus tenslotte op de kleine Pjotr valt

Dus onder het gezang pak ik het ventje handig beet
Daar vliegt hij uit de troika met een griezelige kreet
De wolven hebben alle aandacht voor die lekkernij
Nog vierentachtig werst en o, wat zijn wij heden blij
We mogen Pjotr wel waarderen om zijn eetbaarheid
Want daardoor raken wij die troep voorlopig even kwijt
Zo jagen wij maar voort als in een gruwelijke droom
Ajo, ajo, ajo, al in die hoge klapperboom

Daar klinkt alweer gehuil en onze hoop is verscheurd
De wolven zijn terug en nu is Sonja aan de beurt
Daar gaat het arme kind; zij was zo vrolijk en zo braaf
Nog achtenzestig werst en in Den Haag daar woont een graaf

Ik zit nog na te peinzen en mijn vrouw stort meen'ge traan
En kijk, daar komen achter ons de wolven alweer aan
Dus Igor, 't is wel spijtig, maar jij wordt geen virtuoos
Nog tweeČnvijftig werst en daar was laatst een meisje loos

Nu Igor is verwijderd, hebben wij weer even rust
Maar nee, daar zijn de wolven weer, op nog een prak belust
De doodskreet van Natasja snijdt ons pijnlijk door de ziel
Nog zesendertig werst en in een blauwgeruite kiel

Mijn vrouw en ik zijn over, dus zingen we een duet
En als het even mee zit, halen we het net
Helaas, ik moet haar afstaan aan de hongerige troep
Nu nog maar twintig werst en hoeperdepoep zat op de stoep

Ik zing nu weer wat lustiger, want Omsk komt in zicht
Ik maak een sprong van blijdschap en verlies mijn evenwicht
Terwijl de wolven mij verslinden, denk ik : Dat is pech
Ja, Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg